SAMEN

Ik ben wel eens gelukkig geweest op een meubelboulevard. Ik was met een vrouw die ik zeer liefhad. Dat doet liefde met je: wat grauw is krijgt kleur.

Je moet er toch normaal niet aan denken, Lotto Weekend Miljonairs kijken of kaas kopen op de markt, maar met je actuele liefde is het zomaar een feestje. Ik heb ooit een grens getrokken bij een concert van Benny Neijman, maar ik kan ver gaan. Nou, dan gaan we toch samen naar een balletvoorstelling, dan kijken we toch samen naar een Russische film, dan doen we toch samen de hoe-goed-passen-jullie-bij-elkaar-test in de Cosmopolitan?

Samen, samen, samen.

Bij mij luistert samen nauw. Eigenlijk vind ik dat je heel veel activiteiten maar beter niet op reguliere basis samen kunt doen. Zo is douche noch bad gemaakt voor gebruik door twee personen. Desondanks heb ik natte sessies beleefd waar ik de beste herinneringen aan heb. Ik wil ook best met haar naar een kroeg of feestje, maar ze moet niet denken dat ik betrokken wens te raken bij ieder gesprek dat zij opstart. Ik ben slecht in babbelconversaties. Het liefst heb ik dat zij haar gang gaat en mij mijn plekje in de vensterbank laat. We hebben dan een PAT-feestje: Partying Apart Together. Want dat luistert ook weer nauw: ik moet me wel met haar verbonden weten. Een blik om de tien minuten volstaat.

Maar echt samen naar een museum of een boekhandel, het werkt niet. Je kunt nog zo op elkaar afgestemd zijn, mijn ritme, gevoed door mijn persoonlijke belangstelling, is doorgaans het hare niet. Zo kun je ook een roman niet samen lezen.

Ik had de snelweg laat verlaten, want iedere kilometer die we vandaag zouden rijden hoefden we morgen niet meer te rijden. Ergens langs de Route National zouden we op een hotel stuiten dat fraaie kamers zou bieden voor een aangename prijs plus een dis die ons nog lang zou heugen. Het was al donker en inderdaad passeerden we menig hotel-restaurant. Maar dan was er altijd wel iets wat mij niet beviel. Er stonden te veel auto’s op de parkeerplaats, maar ook wel te weinig. Ook kon het zijn dat de E van HOTEL niet oplichtte.

Ik wist gewoon dat dat droomhotelletje nog komen zou. Want dat was toen wel mijn levensfilosofie: ik interpreteerde mijn lijflied ‘Het gras zal altijd groener zijn aan de andere kant van de heuvel’ als een aansporing om inderdaad over die heuvel te gaan omdat het gras aan de andere kant groener zou kunnen zijn, terwijl ik mezelf later steeds vaker probeerde wijs te maken dat het zinloos was die heuvel te beklimmen omdat het gras aan de andere kant gewoon net zo groen of misschien zelfs wel minder groen zou zijn dan aan deze zijde. We sliepen dus in de klerenkast van een bouwval en konden met veel moeite een oud stuk stokbrood en een glaasje wijn krijgen.

Maar hebben we daar ruzie over gehad? Niet dat ik mij herinner. Zij verweet mij niks omdat het geen zin had, als we het samen hadden opgelost was de uitkomst niet per se beter geweest.

Want ‘dat lossen we samen wel op’ betekent natuurlijk gewoon dat een van de twee in de onderhavige kwestie wint. Als jij met mij naar de Ikea gaat, zet ik de elleboogstukken op je favoriete vest. Voor wat hoort wat, zo worden conflicten gesmoord. Want met wat je samen doet moet je zorgvuldig omspringen, omdat samen net zo vaak een last als een genoegen kan zijn.

Als je niet als Siamese tweeling geboren bent, moet je ook niet proberen er een te worden.